Want wij mensen reageren niet op hoe muziek klinkt, maar op hoe muziek voelt. Het is dus belangrijk hoe de muziek voelt. Geeft muziek je een goed gevoel? Wil je meer? Kun je er door ontspannen? Wil je juist graag bewegen? Bij mij smelten dagelijkse beslommeringen als sneeuw voor de zon, krijg ik heel veel nieuwe ideeën en wordt opruimen ineens een makkie.

Hoe muziek voelt word bepaald door ritme, en door sound (hierover later meer). Sterker nog, dat mensen besluiten om met jou te spelen (of naar jou te luisteren) is onder andere gebaseerd op hoe jij ritmisch speelt. Of eigenlijk, om precies te zijn, op de relatie tussen ritme en puls. Een slordige timing klinkt al gauw saai, een scherpe timing geeft energie. (Luister maar eens naar de band van James Brown). Ritme wordt hierdoor een emotioneel hulpmiddel.

Voor mij was dit een echte eye (en ear-) opener die ik onlangs kreeg tijdens een Skypeles van de Ierse bassist Ronan Guilfoyle, auteur van het boek Creative rhythmic concepts for jazz improvisation. Fascinerend boek, maar hartstikke moeilijk. Positiever geformuleerd: ik ontdekte dat deze man mij nog heel veel kan leren. Dus schreef ik mij in voor een paar Skype-lessen van hem. Wanneer ik het huiswerk van les 1 beheers mag ik een afspraak maken voor les 2. Het huiswerk bestaat uit ritmische gehoortraining, ik dacht dat ik daar altijd wel goed in was. Maar er gaat een heel nieuwe wereld voor mij open.

Een paar basisoefeningen heb ik een beetje aangepast en deel ik graag met jou in onderstaand filmpje. “Pfff, wat nou basis” denk jij misschien. Maar elke keer kom ik weer achter hoe belangrijk die basis is. Wanneer jij meer wilt dan deze basis, ben je van harte welkom om een skype- of live-les bij mij te volgen. (Indien je meer wilt doen met onregelmatige maatsoorten en metrische modulatie, koop het boek van Ronan en regel een paar Skypelessen bij hem).

Maar goed, om Ronan nog even te citeren: “wat je nodig hebt als (jazz)muzikant is het vermogen de relatie tussen ritme en puls te beheersen”. Een ‘rhythmic relationship vocabulary’ noemt hij het. Zodat je kunt kiezen of je ritmisch heel strak speelt, met een hele constante verdeling van de noten in de puls (fijn bij die funk van James Brown bijvoorbeeld), of juist heel vrij en niet ‘in time’, waardoor je heel expressionistisch klinkt (pardon, voelt).

Wanneer jij in staat bent de ritmische ruimte in te kunnen delen op elke manier die je wilt, dan klink je goed en wil iedereen met je spelen. Zeg nou zelf, wie wil dat nou niet?

Wat is jouw grootste ritmische uitdaging? Heb je weleens apart ritmes geoefend? Welke waren dit? Heeft het jou geholpen? Deel je ervaring in het reactieveld onderaan het blog. Ik ben heel benieuwd!