Herinner je je de momenten wanneer muziek jou werkelijk raakte? Je voelde de muziek in je lichaam, en niemand hoefde jou te vertellen dat de muziek goed was. Die magische kracht heeft muziek. En die magie zit ‘m niet in de muziektheorie, of in de ladders, of in de juiste akkoordprogressies. De magie zit ‘m veelal in de klanknuance.

Ik bedoel in dit geval, naast de klank van jouw instrument, vooral de klank van één toon, of de wisselwerking van de tonen onderling. Wij zijn allemaal gevoelig voor deze klanknuances.

Jazzharmonicaspeler Toots Thielemans vertelde eens in een interview dat hij jarenlang elke dag een improvisatie maakte van twintig minuten met uitsluitend één toon. Hij zei: “ik speel die toon net zolang, tot ik die toon wórd”.*

Even kort de theorie: tonen kunnen onderling of in hun harmonische omgeving consoneren. Of juist dissoneren. Tonen die consoneren klinken samen ‘in harmonie’, ze versterken elkaar en lijken met elkaar te versmelten. Je hoort een ontspannen, rustige en vriendelijke klank. Beginnende improvisatoren zijn vaak op zoek naar deze klanken.

Tonen of klanken die dissoneren wringen met elkaar, het lijkt alsof ze ruzie hebben. Voor een beginnende improvisator klinkt dit gauw als een ‘foute’ noot. Maar dissonante klanken kunnen juist heel spannend zijn. En wanneer je een muzikaal verhaal vertelt is een beetje spanning op zijn tijd juist heel fijn. De gevorderde improvisator zoekt deze spanning juist op.

“There are no wrong notes”, zei Miles Davis. Er zijn hooguit klanken waar jouw oren nog niet aan gewend zijn. Een klank waar je afwijzend op reageert is simpelweg een klank die je nog niet kent. Je kunt je gehoor dus ontwikkelen en op die manier steeds meer klanknuances waarnemen.

Wanneer je als blazer improviseert, helpt het je enorm om te oefenen met piano of met een backingtrack. Jouw tonen krijgen dan een functie in een harmonische achtergrond en je oren wennen aan de klank. Ik hou nooit zo van het oefenen van ladders of loopjes, dat voelt als huiswerk. Maar wanneer ik er een begeleidingsmuziekje bij aanzet of een pianoakkoord indruk, wordt het ineens een klankspelletje en daarmee een heel creatieve oefening. Ik raad mijn leerlingen daarom vaak aan met harmonische begeleiding te oefenen.

Je kunt één van de onderstaande oefeningen uitproberen om je klankverbeelding te oefenen en te wennen aan een nieuwe klank. Voor elke oefening geldt: probeer je bewust te worden van de sensaties die je voelt in je lichaam wanneer je deze klanken waarneemt. We zijn allemaal gevoelig voor klanknuances, weet je nog? Kies een oefening uit die past bij je speelniveau.

Welke muziek heeft op jou een magische uitwerking? Welke muziek raakt jou werkelijk? Deel je commentaar in het reactieveld hieronder met ons allemaal.

  1. Doe als Toots, maak een improvisatie op één toon. Laat tussen de tonen af en toe een stilte vallen. Overbrug de stiltes met je muzikale herinnering: herinner je de toon tijdens de stilte. Experimenteer met dynamiek, met hoe je noot begint of eindigt, met lange of juist korte klanken, met aanzet, met ritmiek. Juist wanneer je maar één toon gebruikt, moet je je creatieve vermogen aanspreken. (Deze oefening is voor iedereen geschikt, ongeacht je niveau).
  2. Voor de beginnende improvisator die iets van blues weet: Maak een tonale improvisatie met een bluestoonladder. (Bijvoorbeeld D F G Ab A C D). Gebruik hierbij eventueel een begeleidingstrack in dezelfde toonsoort. Precies in het midden van de ladder zit een dissonante blue note (in ons voorbeeld de Ab). Speel deze noot en word je bewust van de wringende klank. Los vervolgens deze toon op door een toon een half stapje hoger of een half stapje lager te spelen. Merk je hoe de spanning oplost naar ontspanning? Meer hierover kun je leren in de online training Play the Blues.
  3. Voor de gevorderde improvisator die outside wil leren spelen: gebruik een begeleidingstrack op één akkoord (of druk één akkoord in op de piano). Speel een dissonante toon, één die niet in de toonsoort zit. Los deze toon op naar de dichtstbijzijnde akkoordtoon. Outside spelen is niet moeilijk. Wat moeilijk is, is de controle houden over je muziek wanneer je outside speelt.
  4. Voor de gevorderde improvisator: speel een noot op jouw instrument (bijvoorbeeld een A) en verbeeld je welke klank deze heeft in een akkoord. Probeer het akkoord erbij te horen (zonder het te spelen). Is het een groot septiem? Is het een terts? Een grondtoon? Een none? Speel dan vervolgens (even rekenen) het bijbehorende akkoord op de piano of (noot voor noot) op je instrument. (Wanneer mijn A een groot septiem was, speel ik Bbmajeur7 erbij). Deze oefening kun je ook zingend, zonder je blaasinstrument doen. Wanneer je graag meer de ‘upperstructure’, de uitbreidingen en toevoegingen van de akkoorden wil spelen, is dit een heel krachtige oefening om je gehoor te ontwikkelen.
  5. Voor de gevorderde improvisator (die een beetje piano kan spelen): speel op de piano een akkoord (bijvoorbeeld G7), en zing vervolgens één toon erbij. Welke klank heb je gezongen? Was het een akkoordtoon? Probeer nu eens of je een meer dissonante klank kunt zingen (speel eventueel eerst een toon op de piano). Een niet-akkoordtoon (de secunde of de kwart) of een toevoeging (zoals de b9 of een #11). Een uitstekende gehoor training om de ‘jazznoten’ (zoals mijn leerlingen ze noemen) te horen.

Kijk op de vernieuwde site www.echtimproviseren.nl of het (online) cursusaanbod jou iets kan bieden. En volg de blogs met meer tips om te leren improviseren.

Welke muziek heeft op jou een magische uitwerking? Welke muziek raakt jou werkelijk? Deel je commentaar in het reactieveld hieronder met ons allemaal.

(* uit Robijn Tilanus – vrij spel)