Eerst het publiek en de muziek. We beginnen lokaal en houden het sympathiek. Dat waren onze motto’s, bij het oprichten van Jazzhuis Abcoude. Het past op de achterkant van een bierviltje, zoals dat wel vaker het geval is bij goede ideeën. Ik zal je vertellen hoe het ging, wat we geleerd hebben, en hoe we doorgaan. Voor als jij ook zoiets wil doen.

‚It was in the air’, om ‚iets’ met jazz te doen in mijn dorp. Er waren al diverse initiatieven. Mooie lokaties genoeg. Ik was er grondig van overtuigd dat er in een dorp vol cultuurminnende, hoogopgeleide ex-grote-stad-bewoners, genoeg jazzliefhebbers zouden resideren om jazzconcerten van allure te bezoeken in het eigen dorp. Zodat je daarvoor niet altijd naar de grote stad hoeft. Dus toen ik werd gevraagd om mee te doen met het opzetten van een jazzclub‚ „omdat jij zo goed in social media bent”, zei ik meteen ja. Ik nam enkele ongevraagde, sterke overtuigingen mee, en een extra programmeur voor de eigenwijze noot. We (Jacqueline de Rijk, Dirk Beets en ik) waren stellig. Het moesten jazzconcerten met muziek-van-nu worden, waarbij je gaat zitten, en naar de muziek luistert. Waar je voor betaald hebt. Bijpraten mag hoor, maar graag in de pauze. Het moest ook een plek worden waarover het ‚buzzt’, waar je bij wilt zijn, omdat het altijd goed is. Omdat het snel vol is. Jazzpubliek is er niet in grote getale, maar het is toegewijd. Bereid om te betalen voor kwaliteit en om extra moeite te doen; data in de agenda vrijhouden, zich te binden, wat verder te reizen. De muzikanten moesten goed betaald krijgen en zich welkom voelen. „Jongens, 80 mensen bij elkaar brengen die 75 euro inleggen per jaar in ruil voor 4 concerten, dat kúnnen wij”, zeiden we tegen elkaar. En dat geld stoppen we in de programmering. Tot zover de uitwerking van het bierviltje.

Dit verhaal communiceerden we op een open en heldere manier (een van de specialiteiten van onze mede-oprichter Jacqueline de Rijk) naar iedereen die we kenden, en waarvan we dachten dat die er voor open stond. Gewoon per mail naar vrienden en kennissen. Met het verzoek dit verhaal voort te vertellen. Binnen enkele weken hadden we bijna veertig leden, en het buzzte. In de tussentijd zochten we een geschikte locatie, waar we niet zelf de biertjes hoeven te tappen. Het Café-restaurant had een nieuwe eigenaar, die zelf ook graag (betalend!) lid wilde worden. Het bovenzaaltje moest toch nog een verfbeurt en een barretje krijgen. De laatste leden meldden zich na een oproep in de lokale media. Iemand regelde een potje geld voor een eigen licht- en geluidsset. Jacqueline zette een website in elkaar. Jazzhuis Abcoude was een feit! Mede mogelijk gemaakt door: Het Publiek.

De leden, voor een deel niet-jazzkenners (hoe verfrissend), kregen bij het eerste concert Reinier Baas te horen. Ehm… dat was dus best spannend. Maar, met je neus op de muziek zitten, als eerste deel uitmaken van een nieuw initiatief èn de bravoure en vakmanschap van Reinier en zijn muzikanten maakte de eerste avond tot een groot succes. Er volgte nog 3 geheel andere concerten; van Chambertones, Del Montis en Bart Wirtz. En inmiddels stroomden de aanvragen van musici die ook bij ons willen komen spelen binnen.

En toen kwam de vraag, kunnen we volgend jaar door? Het publiek bepaalde dat het goed was. Vijftig leden tekenden opnieuw in voor seizoen 2014-2015, dertig nieuwe leden (die al op de wachtlijst stonden) meldden zich. Een anonieme sponsor diende zich aan, waardoor we meer speelruimte hebben. Het buikgevoel klopte. We mogen volgend seizoen door!

Nou hebben we sinds de oprichting nóg een buikgevoel. Dat er wel twintig van dit soort jazzhuizen in Nederland opgericht kunnen worden. Het aanbod van goede jazzmuziek is enorm. Wanneer je een potentieel publiek met een goed verhaal benaderd, de boel goed organiseert en de concerten betaalbaar maakt, dan komen zij ook. Wie durft?